Antwoord op vraag van de maand

header-home.jpg

Antwoord

Ongeveer 10% van de basisschoolleerlingen heeft leesproblemen. Bij 3,6% zijn de leesproblemen zo ernstig dat er sprake is van dyslexie. Dit is ongeacht de intelligentie, dus binnen deze groep bevinden zich ook hoogbegaafde leerlingen. Ongeveer 1-5% van de kinderen met leerproblemen is hoogbegaafd.

Hoogbegaafde leerlingen met leesproblemen of dyslexie zijn niet zo makkelijk te signaleren. Deze kinderen zijn vaak in staat om hun leesproblemen te compenseren met bijvoorbeeld goede metacognitieve vaardigheden. Kenmerken van hoogbegaafdheid helpen de leerlingen om (lees)strategieën te ontwikkelen waardoor zij toch gemiddelde resultaten laten zien. Het werkgeheugen van hoogbegaafde leerlingen blijkt bijvoorbeeld een compenserende factor te kunnen zijn voor leesproblemen.

Signalering van de groep hoogbegaafde leerlingen met leesproblemen is lastig doordat deze leerlingen niet altijd negatief opvallen binnen de normaalbegaafde groep leerlingen. Ze scoren bijvoorbeeld meestal ook niet meerdere keren een E (of V-) voor de CITO-toetsen gerelateerd aan lezen (DMT, Begrijpend lezen). Met de vraag hoe we deze leerlingen het beste kunnen signaleren is de Universiteit van Utrecht bezig (zie ook onderstaande websites). Daarnaast hebben zij onderzoek gedaan naar het welbevinden van hoogbegaafde dyslectische leerlingen.

Hoogbegaafde dyslectische leerlingen kunnen gefrustreerd en in verwarring raken omdat ze beseffen dat ze grote intellectuele mogelijkheden hebben, maar tegelijkertijd ook moeite hebben met lezen. Leerkrachten interpreteren het gedrag dat deze leerlingen laten zien soms ook als lui, ongeïnteresseerd en ongemotiveerd. Terwijl ze juist worstelen met de hoge eisen die ze zelf aan hun werk stellen (ze leggen de lat vaak hoog) en het onvermogen om hieraan te kunnen voldoen.